Hop, snel in galop Annette Dielemans Brief voor de KoningTheater Terra / 28 sep. 2007 Gezien in: De Koninklijke Schouwburg
45 jaar geleden schreef Tonke Dragt een van Nederlands beste ridderverhalen: Brief voor de Koning. Het boek dat bekroond werd met de Griffel der Griffels en waar jaarlijks nog steeds 15.000 exemplaren van verkocht worden. Een verhaal dat zo’n daverend succes is, kán niet zomaar op de plank blijven liggen. Dat vonden Stichting Beeldenstorm en Theater Terra ook. Zij maakten Brief voor de Koning tot een musical: en wát een plaatje is het geworden.
Brief voor de koning vertelt het verhaal van de jongen Tiuri, die op het punt staat tot ridder geslagen te worden. Het enige wat hij nog moet doen is een nacht in afzondering waken, zónder te praten. Maar wat als er een oude en gewonde man aan de deur van de kapel om hulp vraagt? Een man met een belangrijke opdracht en een geheime brief. Is het niet de taak van een échte ridder om te helpen wanneer dat nodig is? En dus neemt Tiuri de brief aan, om deze naar “de zwarte ridder met het witte schild” te brengen. Tiuri vindt de ridder, vlak voordat deze sterft. En daarmee komt een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de jongen te liggen. Hij zal deze belangrijke brief zélf naar koningen Unauwen moeten brengen. En zoals het een écht ridderavontuur betaamt, gaat dit natuurlijk niet zonder de nodige achtervolgingen, problemen, gevechten en geheimen. En vriendschappen, niet te vergeten.
Een van de vrienden die Tiuri op zijn reis maakt is Piak: de jongen uit de bergen. En juist hij is het, hetzij véle jaren ouder, die het verhaal van Tiuri aan het publiek vertelt. Met zijn reizende theatergezelschap vertelt en speelt hij het avontuur waar hij voor een groot deel zelf bij is geweest. De oude Piak vertelt over de gebeurtenissen uit de eerste hand, de zangers, spelers en muzikanten, spelen het hele verhaal alsof je er zelf bij bent. Er ontstaat een verhaal in een verhaal, waarin mooi omgegaan wordt met vertellen en spelen. Het geeft de mogelijkheid te springen in de tijd, gebeurtenissen toe te lichten én – niet geheel onbelangrijk – het decor om te bouwen.
Want als er íets een speciale vermelding verdiend is het wel het decor. Als echte troubadours speelt het theatergezelschap van Piak met eenvoudige rekwisieten op, om en onder één grote kar. Hetzij wel een kar met duizenden mogelijkheden. Door enkele hand- en spandiensten kan de kar de suggestie wekken van een kasteel tot een gevangenis, van een troonzaal tot onbegaanbaar berggebied en al wat daar tussen zit. Door te draaien, te schuiven, hier een luik te openen of daar een klep te sluiten ontstaat een wereld die onmogelijk leek, maar in de verbeelding van iedereen daadwerkelijk tot leven komen. Sowieso zit Brief voor de Koning vol met schitterende beelden: zoals de suggestie van een paard door twee acteurs, één spelend op een klarinet als zijnde de staart, de anders spelend op een contrabas als zijnde de romp en de kop. Schitterend. Bijna alles wordt in Brief voor de Koning door middel van dit soort suggesties tot leven gebracht en het werkt ook. Overal in de zaal hoor je kinderen reageren, ten teken dat ook zij het snappen en – bovendien – waarderen. Wat níet suggestief gebracht wordt zijn de gevechten. En dat mag ook wel, want wat is een ridderverhaal zonder een goed gevecht?
Zowel een goed gevecht als een voorstelling in haar geheel staat of valt bij een sterke cast. En sterk is de cast van Brief voor de Koning zeker. Ze spelen allen – op Karel Simons na, die zijn handen vol heeft aan de rol van Tiuri - niet alleen meerdere rollen, maar verzorgen daarnaast grotendeels de muziek én zijn verantwoordelijk voor changementen op het toneel. Geen ondankbare taken dus, en ze worden met verve vervuld. Frits Lambrechts heeft als belangrijkste rol de oude Piak; de bezielde verteller die met het verhaal terug gaat naar een deel van zijn eigen heldhaftige verleden. Zijn krakende, hese stem kan je meevoeren in het verhaal en laat het je geloven, ook als hij soms wat in woorden verstrikt raakt. Paul van Utrecht krijgt alle afgunst op zijn dak als de gemene, sluwe, slangachtige Slupor – helaas een sterk verkleinde rol in verhouding tot het boek–, maar heeft bovendien de lachers op zijn hand als bijdehante taalkundige Grijze Ruiter. Dan Simon Zwiers. Deze aanwezige man trekt met name de aandacht in zijn kleine spel: wanneer eigenlijk de aandacht niet naar hem uit gaat, maar hij met kleine dingen toch de blik trekt en bovendien bijzonder grappige momenten heeft. Met dit soort grappen – zoals ook Frits Lambrechts toegeschreven zijn – wordt vooral het oudere publiek vermaakt. Hanneke Last – de enige dame in het gezelschap – daarentegen doet het vooral goed bij de kleintjes. Met haar karakteristieke en uitermate expressieve gezicht vult zij haar rollen met karakter. Allen een verschillend karakter bovendien. Én weet ook met haar prettige – maar op de première af en toe wat hees klinkende – stem het publiek mee te nemen.
En ten slotte Karel Simons; de enige die zich gedurende de musical bezighoudt met één rol, die van de jonge ridder Tiuri. Een rol waar hij – zoals gezegd – absoluut zijn handen vol aan heeft. Hij rent, vliegt, rijdt paard, klimt, klautert, valt, vecht, ontsnapt en – niet te vergeten – zingt ook. En alsof dat nog niet genoeg is moet de jonge ridder ook nog bang, onzeker en kwetsbaar zijn, maar tegelijkertijd ook stoer, strijdlustig en heldhaftig. Kortom: Tiuri moet een échte ridder zijn. En het kan niet anders gezegd worden. Karel Simons ís een gedroomde Tiuri: een met een goed hart, hersens én spierballen.
Toch behoren er nog wel wat – kleine – voetnoten aan het einde van deze heuse lofzang. Wanneer je niet bekend bent met het verhaal zitten er een aantal haken en ogen aan de musical. De namen en onderlinge verhoudingen zijn soms wat lastig, zeker wanneer personages in eerste instantie alleen genoemd worden of net zo snel weer van het toneel verdwijnen als zij verschenen zijn. Ook sommige sprongen in het verhaal gaan iets te snel, of zwaartepunten uit het boek worden voorbijgegaan. Zoals de relaties tussen verschillende koningen en ridders, of wie de kluizenaar eigenlijk is en wat zijn belang is. Natuurlijk is het een hels karwei om zo’n succesvol verhaal te reduceren, maar her en der zou wat verduidelijking geen kwaad kunnen. Als ook de overweging een pauze in te lassen: na een uur begint de aandacht van de kinderen wat te verslappen. Wat zonde is, bij zo veel leuks en moois.
Brief voor de Koning is een heerlijk spannende voorstelling. Met leuke liedjes, een sterke cast en heerlijk suggestieve vormgeving die zonder twijfel werkt. Dus: hop, snel in galop naar het theater. Want Brief voor de Koning is een musical die iedereen zou moeten – en willen - zien, jong of oud.