FortuynMax RoijéFortuyn Helmert Woudenberg / 22 jan. 2008
Gezien in: Theater Bellevue
Op een wit spelvlak met een rode omlijning begint Helmert Woudenberg de monoloog. Het enige decor is een stoel en een tafeltje met een waterkan en glas. Hij laat het publiek kennis maken met een personage dat we allemaal al kennen. Een personage met een mening en een personage waar iedereen een mening over heeft. Hier heeft Woudenberg duidelijk rekening mee gehouden.
Hij begint te vertellen over de tijd dat hij elf jaar oud was en op school zat. Af en toe speelt hij dialogen uit, soms vertelt hij een herinnering. Treffend zet hij het jongetje neer dat er graag bij wil horen, maar dat niet doet.
Als het jongetje opgroeit wordt duidelijk dat zijn seksuele voorkeur uitgaat naar mannen. In een redelijke mate van detail wordt het publiek medegedeeld hoe de eerste homoseksuele contacten tot stand kwamen. Heel direct, heel Fortuyn. Voor de opbouw heeft Woudenberg dit nodig, want in zijn monoloog is Fortuyn altijd al “anders” geweest. Woudenberg speelt een Fortuyn die over wil brengen waarom hij is wie hij is, alsof hij anders geen rust krijgt.
Vooral de gunst van zijn vader krijgt hij niet. Zijn moeder prijst hij de hemel in. Zij is degene die hem extraatjes geeft als zijn vader hem afwijst. Het in een goed licht willen komen bij zijn vader maakt hem strijdbaar. Die strijdbaarheid, die bij Fortuyn grenst aan arrogantie (en die grens meerdere keren overschrijdt) is waar het over gaat.
Helmert Woudenberg kiest ervoor om in het begin de gelijkenis in manier van praten in de andere maniertjes die Fortuyn ten overvloede had nog niet zo duidelijk aan te zetten als na de pauze. Enerzijds is dit jammer, omdat iedereen deze dingetjes weet en zo meteen het personage stevig wordt neergezet. Anderzijds behoedt het ervoor dat Woudenberg niet in een typetje verzandt.
Na de pauze speelt Woudenberg op een rood speelvlak met witte omlijning. Dit leidt het voor iedereen bekende slot al in. Na de pauze krijgt de voorstelling meer vaart en is er meer grip te krijgen op Fortuyn. Het personage is nu bekend. Een man die er altijd bij wil horen en keer op keer afgewezen wordt en deze afwijzing niet aankan, of deze nu van minnaars, vrienden of collega’s komt.
Woudenberg leeft zich goed in en maakt “zijn” Fortuyn een aannemelijke versie. Heel sèc vertelt hij de herinneringen en maakt goede keuzes in wat hij uitspeelt en wat hij benoemd. Daarin is briljant dat de “mensen in herinnering” die Fortuyn speelt meer en meer overdreven typetjes worden, als de minachting van Fortuyn voor deze personages groeit. Knap hoe hij de politieke opvattingen van Fortuyn bekritiseert noch uitdraagt en hoe hij de mening van het publiek niet probeert te vormen, maar hoe hij slechts een theorie aanbiedt waarom die man was wie hij was.
Een mooie theatersolo, die terecht dit seizoen in reprise gaat. “Fortuyn” is tot 23 april 2008 te zien in de Nederlandse theaters.