Woyzeck: de man die voortbeweegt als een open scheermesSaar GrollemanWoyzeck RO Theater / 21 nov. 2008
Gezien in: Chassé Theater
Een deugdzaam mens, men moet toch vooral een deugdzaam mens zijn. Maar niemand legt vast hoe dit te doen, zeker wanneer je slechts een arme sloeber bent. Waar ligt je prioriteit; bij het belang van het goede of bij de verzorging van moeder de vrouw en het kind?Barbier, soldaat, vader, arbeider, arme sloeber; Franz Woyzeck is het, allemaal. Hij rent van hot naar her, vliegt voor wie hem nodig heeft, springt nerveus van zijn linker- op zijn rechtervoet. De hele wereld lijkt te trekken, terwijl hij probeert alle losse eindjes aan elkaar te knopen. Wat is toch die onrust, waarom al die haast? Volgens zijn kapitein leeft Woyzeck, met wat geluk, nog zo´n 30 jaar. Wat te doen, in al die tijd? Een plan, dát heeft hij nodig. Maar nee, geen tijd, de storm Woyzeck jaagt onrustig over het land.
De enscenering is om over naar huis te schrijven; er wordt gebruik gemaakt van een rood met wit gestreepte tent met aan weerszijden een tribune, verder een losstaand vlak dat meermalen van voor naar achter op het toneel wordt gereden en rechts van dit alles is er plek voor vier muzikanten. De tent kan breed opgezet worden, maar ook smaller gebruikt worden waardoor deze intiem aandoet. Het ene moment herbergt het een dolle circus-show, met een toekomst-voorspellend paard en een lenige aap met blote kont, vervolgens ´valt het doek´ en maakt het plaats voor een kleiner geheel. Woyzeck en zijn medespelers zorgen kundig voor een vlot verloop van decorwisselingen, welke compleet in het spel opgaan. De immer sjezende Woyzeck valt niet op wanneer hij de tent opzet of voor de tribune langsholt. Lof ook voor de inzet van muziek, liederen en de kunde van de musici, die eruit zien als sjofele straat-muzikanten. De spanning wordt op de juiste momenten ingezet en lekker opgebouwd, geluiden spelen in op de gevoelens van de toeschouwer. Laat je emoties maar eens onberoerd, wanneer alles klopt. Van akkoord tot refrein.
Ookal completeerde schrijver Büchner zijn stuk nooit helemaal, het bleef bij fragmenten, deze versie van Gerard-Jan Rijnders is een sluitend geheel. Van akker tot aan de zolderkamer van Woyzeck´s lief, Marie, waar zij haar daden overpeinst en tegen haar geweten vecht. Is zij een slet, nu zij zich in de armen van een mooie Tamboer-majoor geworpen heeft? Ze draagt de oorbellen die ze van hem kreeg en even voelt ze zich zoals de vrouwen in hogere sociale kringen zich alle dagen mogen voelen. Met een klein spiegeltje bekijkt zij het schitteren van het echte goud. Hoe zat het ook alweer met die aap en een gouden ring?
Alleen met hun kind, ze is altijd alleen met hun kind. De kleine bezorgd Marie steken in haar hart. De zorg is teveel, het gaat niet meer. Weg, weg ermee. Het hoofd van de kleine is groot en kaal, lijkt op dat van zijn vader. Woyzeck loopt ondertussen over, hij sprint voor iedereen en de wanhoop sluipt in zijn systeem. Naast zijn werkzaamheden voor de kapitein neemt hij deel aan een medisch experiment, waarbij hij enkel op erwten leeft. De dokter geniet van de effecten op zijn lijf: uitputting en het ontstaan van waanbeelden leveren de arme man een opslag op. Terwijl de arts jubelt en haar studie-object vol genoegen gadeslaat, wankelt Woyzeck op de rand van de afgrond.
Langzaam wordt hij tot een vreselijke daad gedreven, op een wijze welke hem niet als dader betitelen kan. Woyzeck lijkt eerder slachtoffer van een lange, zware weg te zijn. Durf hem eens te veroordelen, hij denkt tenminste na. Teveel waarschijnlijk. De woorden die hij uitspreekt zijn sterk en wel-overdacht. De tekst is diep en moet soms even bezinken. Maar dat komt later, het publiek krijgt geen pauze. Er valt nog zoveel meer uit te zoeken en te verklaren, en er lijkt zo weinig tijd. Woyzeck is een stuk dat je aan het denken zet; over de vergankelijkheid van het leven, innerlijke onrust en waartoe liefde de mens kan drijven. De schoen wringt, maar de toeschouwer wordt af en toe ook lekker gekieteld. Van noeste arbeid tot de dood, weet Woyzeck op een adembenemende wijze binnen te dringen. Wie of wat men ook veroordeelt of bespot: kijk eerst nog eens naar jezelf.